Bevallingen bij honden en katten: wat u moet weten
De bevalling van uw hond of kat is een bijzondere gebeurtenis. Als eigenaar wilt u goed voorbereid zijn om uw dier zo goed mogelijk te ondersteunen. Hieronder vindt u belangrijke informatie over het verloop van de bevalling en wanneer het verstandig is om in te grijpen.
Voorbereiding op de bevalling
Een gezonde dracht duurt gemiddeld:
- Hond: 58 – 68 dagen
- Kat: 63 – 67 dagen
Tegen het einde van de dracht zal uw huisdier op zoek gaan naar een rustige, comfortabele plek om te bevallen. U kunt hierbij helpen door een warme, schone en stille omgeving te creëren, zoals een doos met zachte dekens.
Tekenen dat de bevalling begint
Let op de volgende signalen:
- Onrustig gedrag, graven in het nest
- Verminderde eetlust
- Melkproductie (meestal enkele dagen voor de bevalling)
- Daling van de lichaamstemperatuur (bij honden onder de 37,5°C)
- Hijgen, trillen of persen
De bevalling: wat kunt u verwachten?
Een normale bevalling verloopt in drie fasen:
1. Voorweeën (6-12 uur) – Uw dier is onrustig en kan hijgen of rillen.
2. Uitdrijving van de pups/kittens – Dit proces kan enkele uren duren, waarbij er 10-60 minuten tussen de geboorte van elk jong zit.
3. Nageboorte – De moeder likt haar jongen schoon en eet vaak de nageboorte op.
Wanneer moet u ingrijpen?
Neem direct contact op met de dierenarts als:
- Uw dier langer dan 30 minuten perst zonder resultaat
- Er meer dan 2 uur tussen de geboorte van twee jongen zit
- Er stinkende, groenbruine of bloederige uitvloeiing is zonder pup of kitten
- Uw dier erg zwak is of stopt met persen terwijl er nog jongen verwacht worden
Nazorg voor moeder en jongen
Na de bevalling heeft de moeder rust en goede voeding nodig. Honden mogen puppyvoeding krijgen en katten mogen kittenvoeding krijgen. Controleer of de jongen drinken en warm blijven. Als u twijfels heeft over de gezondheid van de moeder of haar jongen, neem dan altijd contact op met een dierenarts.